You are here: Home Korte geschiedenis van Artis
Document Actions

Korte geschiedenis van Artis

Op 1 mei 1838 werd het Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra (N.A.M.), letterlijk 'de natuur is de leermeesteres van de kunst', opgericht door uitgever en boekhandelaar G.F. Westerman, makelaar J.W.H. Werlemann en horlogemaker J.J. Wijsmuller. afb. 3X E.A. Tilly, De drie oprichters van Artis, J.J. Wijsmuller, G.F. Westerman en J.W.H. Werlemann, 1888Image fullsize Toon in RKD database  

De meeste Europese dierentuinen waren in deze periode nog privébezit. Artis wilde echter toegankelijk zijn voor publiek, althans voor de rijkere burgers. Om lid te worden van het Genootschap en daarmee toegang te krijgen tot de dierentuin moest een aanzienlijk bedrag betaald worden. Deze exclusieve zoölogische sociëteit had 'het bevorderen van de kennis der natuurlijke historie op eene aangename en aanschouwelijke wijze' tot doel. Het lidmaatschap van Artis was een statussymbool voor de gegoede burgerij, die met giften investeerde in de uitbreiding van de dierentuin. Naast financiële steun kreeg de dierentuin ook geregeld levende dieren en parafernalia als dieren op sterk water en etnografica van haar leden.

De sociëteit had ook een brede culturele functie. Naast het houden van exotische dieren, werden tentoonstellingen, concerten en lezingen georganiseerd. De naam van het Amsterdamse Natura Artis Magistra werd al snel, twee jaar na oprichting, in de volksmond afgekort tot 'Artis'.

De dierentuin begon als een tuin met een vijver en een orangerie met een terrein van 60 bij 80 meter op het buiten Middenhof. Het Genootschap bezat aanvankelijk slechts enkele apen, herten en papegaaien, aangevuld met het naturaliakabinet van Reindert Draak. 1 In 1839 werd voor 34.000 gulden de hele menagerie van kermisexploitant Cornelis van Aken aangekocht. Deze bestond uit een olifant, leeuwen, een panter, een tijger, een poema, hyena's, ijsberen, bruine beren, een zebra, lama's, een kangoeroe, een gnoe, apen en een Boa constrictor.


afb. 4 Friedrich Meyerheim, De menagerie van Herman van Aken, 1864
Het was de eerste belangrijke aankoop van grote en exotische dieren. Ook vroeg men om donaties en om medewerking van reizigers naar exotische landen, meestal leden van het Genootschap. Nederlandse burgers stuurden schenkingen uit de koloniën, in ruil voor privileges en een erelidmaatschap van Artis. Ook kapiteins die tussen Nederland en de koloniën voeren, werden bereid gevonden om dieren te transporteren en te verzorgen.
 


In de loop van de negentiende eeuw kocht het allengs groter wordende Genootschap steeds meer percelen aan in de Plantage. Het oude Middenhof werd uitgebreid met de Houtwallen aan beide zijden van de Nieuwe Prinsengracht. Een veerpont verbond beide delen van de dierentuin (afb. 5).


afb. 5 Willem Hekking, Het pontje over de Prinsengracht, ca. 1843

In 1877 had Artis een oppervlakte van tien hectare, gelegen tussen de Plantage Kerklaan, de Plantage Middenlaan en de Plantage Doklaan. afb. 6XAnoniem, De grondvlakte van Natura Artis Magistra bij hare uitbreidingen 1838-1870, 1870Image fullsize Toon in RKD database  In de dierentuin verrezen het Roofdierengebouw (1859) en het Aquarium (1882), beide het werk van architect G.B. Salm.

Behalve levende dieren bezat de sociëteit ook een verzameling van zogenoemde 'naturaliën', zoals dieren op sterk water, skeletten, een kabinet met opgezette dieren, schelpen, fossielen en gesteenten. De steeds groeiende verzameling naturalia werd tussen 1851 en 1855 ondergebracht in het 'Groote Museum' aan de Plantage Middenlaan, dat al snel te klein werd. De verzamelingen raakten over verschillende locaties in de tuin van Artis verspreid; rond 1900 bezat Artis maar liefst tien musea, waaronder een zeer omvangrijk Ethnografisch Museum (1860) en een bibliotheek (1868). In 1892 volgde de samenvoeging van de zoögische collecties van Artis en die van de Universiteit van Amsterdam. 2 In 1947  werd het Groote Museum gesloten en in 1988  verhuisde de zoölogische verzameling naar de depots van de Universiteit van Amsterdam aan de Mauritskade. 3

Bezoekers van Artis kwamen naar de dierentuin om te flaneren, om de dieren, het Natuurhistorisch en het Ethnografisch Museum te bezoeken en om concerten bij te wonen, uitgevoerd door bekende orkesten. De dierentuin bevorderde ook wetenschappelijk onderzoek, wat resulteerde in lezingen en publicaties op natuurhistorisch gebied. Artis was oprichter en uitgever van de eerste Nederlandse zoölogische tijdschriften: Bijdragen tot de dierkunde (1848) en Nederlandsch tijdschrift voor de dierkunde (1863). Zo werd Artis al gauw een belangrijk cultureel en wetenschappelijk centrum in Amsterdam. 

Vanaf 1851 was het ook voor niet-leden mogelijk om de dierentuin te bezoeken op voordracht van een lid en uitsluitend op enkele dagen in de maand september. Aan het eind van de negentiende eeuw ging het minder goed met Artis: andere culturele instellingen, zoals het Concertgebouw, musea en academies, namen de culturele rol over. Om te overleven zag de dierentuin zich genoodzaakt een breder publiek toe te laten, zodat er nieuwe gelden binnen kwamen. Ook werd het wetenschappelijk onderzoek van Artis overgenomen door de universiteiten. Hierdoor veranderde het karakter van Artis voorgoed.



afb. 3 E.A. Tilly, De drie oprichters van Artis, J.J. Wijsmuller, G.F. Westerman en J.W.H. Werlemann, 1888
afb. 6Anoniem, De grondvlakte van Natura Artis Magistra bij hare uitbreidingen 1838-1870, 1870

[1]

Reindert Draak (1786-1866) was suppoost op het Burgerweeshuis en preparateur van dieren. Hij had een grote collectie opgezette dieren en dieren op sterk water op de zolder van het Burgerweeshuis. Na plaatsgebrek kon Draak, in de zomer van 1837, dus nog voor de oprichting van Natura Artis Magistra, zijn collectie tentoonstellen in de Nieuwe Stadsherberg aan de Plantage Middenlaan. De heer G.F. Westerman huurde deze ruimte en zo ontstond het eerste bescheiden Zoölogisch Museum, dat door publiek tegen betaling kon worden bezichtigd. Nadat Westerman toestemming kreeg voor het oprichten van Natura Artis Magistra in 1838 werd in de tuin van het buiten Middenhof een houten loodsgebouw waarin de collectie Draak kon worden ondergebracht. Als tegenprestatie voor het schenken van zijn collectie werd Draak in 1838 benoemd tot directeur voor het leven. Na problemen tussen Draak en het bestuur van Natura Artis Magistra werd deze verbintenis in 1840 verbroken.

[2]

In 1939 werd de Gemeente Amsterdam eigenaar van de grond, de gebouwen en de daarin aanwezige collecties; de levende dieren bleven eigendom van Artis.

[3]

In 2012 verhuisde de gehele collectie naar Naturalis in Leiden, een klein deel zal in de toekomst te zien zijn in het Groote Museum.

Datum laatste wijziging: Mar 19, 2013 09:23 AM