You are here: Home Bijlage: gebouwen in Artis A-Z
Document Actions

Bijlage: gebouwen in Artis A-Z

Apenhuis

Het Apenhuis (1851) was het eerste officiële dierenverblijf van Artis. De architect van het Apenhuis was F. Merkelbach, Hij voorzag het Apenhuis van een waterbak op het dak om het branden van de zon in de zomer te beletten. Het Apenhuis werd vervangen in 1909 en was ontworpen door B.J. Ouëndag. Ouëndag ontwierp diverse gebouwen voor Artis o.a. het Apenhuis (1909), het tweede Vogelhuis (1910), het Reptielenhuis (1910),  het Etnografisch Museum/Volharding, en het Zoölogisch Museum.
 
 

afb. 40 Anoniem, Apenhuis van architect Markelbach, na 1851

afb. 41 Noach van der Waals, Apenhuis, ca. 1875

afb. 42 David Bueno de Mesquita, Het Oude Apenhuis, 1918

 

Aquarium (1880-1882)

Het Aquariumgebouw werd ontworpen door architect G.B. Salm, die eerder de Roofdierengalerij (1859), de Giraffenstal (1863), de Bibliotheek (1868-1872) en de Nieuwe ledenlokalen (1870-1875) had ontworpen voor de dierentuin. De grond aan de Plantage Middenlaan werd in 1877 verworven van de gemeente Amsterdam. De gemeente had moeite met het feit dat Natura Artis Magistra slechts toegankelijk was voor leden, gezien Artis wou uitbreiden in de groenvoorziening de Plantage, die voor iedereen toegankelijk was. Na moeizame onderhandelingen werd de grond toch kostenloos afgestaan aan de dierentuin, op voorwaarde dat Artis meer opengesteld werd voor de gewone burger. In de zomer van 1879 werd begonnen met de bouw van het Aquarium. Het gebouw steunde op 1740 houten palen en het gebouw kon 1 miljoen m3 water omvatten. In 1880 waren de begane grond en de kelders gereed. Deze kelders bevatten enorme reservoirs met grind en grof zand die het water zuiverden. Het filtersysteem was ontworpen door dr. C. Kerbert, destijds lector aan het Atheneum Illustre (de voorloper van de Universiteit van Amsterdam), later conservator van het Artis Aquarium, en in 1890 opvolger van directeur dr. G.F. Westerman. In 1882 werden de zoet- en zoutwater bassins gevuld met water en vissen,uit de Noordzee en zoetwater vissen uit eigen land, gezien de bassins niet verwarmd waren. Op 2 december 1882 werd het Aquarium feestelijk geopend. afb. 43X Johan Conrad Greive, Interieur aquarium, 6 december 1882 gedateerdImage fullsize Toon in RKD database afb. 44XRoeloffzen & Hübner Willem  Steelink (sr.), Achterzaal van het aquarium, ongedateerdImage fullsize Toon in RKD database
Het Artis aquarium was niet de eerste in zijn soort. In navolging van het 'Fish-House' in de London Zoo, dat geopend werd in 1853 en een groot succes bleek, volgden vele aquaria in Europa, namelijk Parijs (1859), Hamburg (1864), Hannover (1866), Boulogne-sur-Mer (1867), Brussel (1868), Le Havre, Keulen en Berlijn (1869) en Napels (1875).
Artis zette al in 1860 de speciale Afdeling 'Kunstmatige Vischteelt' op waar zalm en forel uit Frankrijk en Duitsland werd gekweekt. Het duurde echter tot 1882 dat Artis zijn eigen aquarium kon openen 1.
 


afb. 45 Gustaaf Leonardus Adolf Amand, Aquarium van Natura Artis Magistra

afb. 46 E.A. Tilly naar Johan Conrad Greive, Het Amsterdamse Aquarium in Artis




 




 
 

   


Artis bibliotheek  (1868-1872)

De grondlegger van de boekencollectie van Natura Artis Magistra was de eerste directeur van de dierentuin, de Amsterdamse boekhandelaar, drukker en uitgever G.F. Westerman (1807-1890). Deze bibliotheek werd ondergebracht in een door architect G.B. Salm ontworpen gebouw (1868) aan de Plantage Middenlaan 45. Naast de bibliotheek werd in 1869 een identiek vormgegeven faunamuseum gebouwd, waar een deel van de collectie zoölogische preparaten en schelpen werd tentoongesteld. Het middendeel dat beide gebouwen verbindt en de hoofdingang bevat, dateert uit 1872. De vormgeving sluit naadloos aan op de twee oudere gebouwen en is ook ontworpen door G.B. Salm.
De bibliotheek bezit thans een prachtige collectie zoölogische boeken vanaf de 15e tot en met de 21e eeuw, een gigantische collectie van zo'n 80.000 dierenprenten en de collectie Linnaeana met werken van en over de beroemde Zweedse wetenschapper Carl Linnaeus.
In 1939 werd de bibliotheek overgedragen aan de Gemeente Amsterdam en werd daarmee eigendom van de Universiteit van Amsterdam. De Artis Bibliotheek maakt nu deel uit van de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam.  afb. 47XEmrik & Binger Willem  Hekking (II), De bibliotheek, 1860Image fullsize Toon in RKD database afb. 48XEmrik & Binger Willem  Hekking (II), De bibliotheek, 1868Image fullsize Toon in RKD database
 
 
afb. 49

afb. 50










Berenpaleis (1897)

In opdracht van directeur dr. C. Kerbert werd in 1896/1897 een nieuw berenverblijf gebouwd, ook wel 'Berenpaleis' of 'Berenburcht' genoemd, door architect Jacob Frederik Klinkhamer. Het complex had een radiaal ontworpen plattegrond. Het bestond uit een dienstgang in de vorm van een halve cirkel met daaromheen met kooien overdekte terrassen. In het middelpunt bevond zich, gericht op het noorden, het IJsberenverblijf. Aan de zuidkant bevonden zich de buitenverblijven van overige beren en wolven. In 1974 werd het gebouw afgebroken.  afb. 51X Frits  Müller (1932-2006), Natura Artis Magistra: Berenkooi, 1969Image fullsize Toon in RKD database afb. 52X Adolphe A.E. Schlüter, Natura Artis Magistra: Berenhuis, noordkant, mei 1962 gedateerdImage fullsize Toon in RKD database
 
 
afb. 53

afb. 54
 

 

 

 

 

 Directeurswoning (1897)

De directeurswoning van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra werd in 1897 gebouwd aan de Plantage Middenlaan nr. 51 naar ontwerp van architect J.F. Klinkhamer. Het werd gebouw op de plaats waar het Eerste Etnografisch Museum van Artis stond.
 
 
afb. 54a


 

 

 

 

Duivenhuis (voor 1838)

Het duivenhuis dateert al van voor de oprichting van Artis. Het werd met de omringende grond aangekocht in 1863. Het werd het verblijf van diverse soorten duiven, van ca. 1930 tot 2000 was het in gebruik als broedmachinehuis en quarantaineruimte voor kleine dieren. Momenteel is het een ruimte voor de dierenverzorgers en het verblijf van de maraboes en casuarissen. afb. 55X Nellie Honig, Doorkijk met Duivenhuis, ca. 1900-1915Image fullsize Toon in RKD database afb. 56X Johann Georg Hechler Willem  Hekking (II), Het Duivenhuis, voor of in 1872Image fullsize Toon in RKD database

 


afb. 57

afb. 58

 

 

 

 

 

 

 

 

Etnografisch Museum (1860)

Het eerste Etnografisch Museum was gevestigd in het verenigingsgebouw Amicitia aan de Plantage Middenlaan. Het was van oorsprong een kleine sociëteit en diende tussen 1860 en 1888 als Volkenkundig Museum. In 1888 werd het getransformeerd tot een apenverblijf nadat het nieuwe Etnografisch Museum (De Volharding) werd geopend in mei 1888. Het oude gebouw moest in 1896 plaats maken voor de Directeurswoning. afb. 59XAnoniem, Medaille waaier: Ethnografisch Museum en Afgodsbeeld, 1863Image fullsize Toon in RKD database afb. 60X Johann Georg Hechler Willem  Hekking (II), Groote zaal van het ethnographisch museum, voor of in 1872Image fullsize Toon in RKD database

 


afb. 61

afb. 62

 

 

 

 

 

Fazanterie (1872 / 1888)

Artis bezat veel fazanten en pauwen soorten, zij waren te zien in verblijven bij de ingang, aan de vijvers en langs de Papegaaienlaan. De tuin verzamelde zoveel bijzondere fazantensoorten dat  in 1872 een uitbreiding nodig was met de nu nog bestaande Fazanterie. In 1888 werd de volière gekopieerd en werd de ene de Oude Kweek genoemd, de andere de Nieuwe Kweek. Tussen beide volières stond een serie op sierlijke zuilen geplaatste bloembakken. De 17de-eeuwse Tuinvaas met bacchantenscène, in Louis XIV stijl,  aan de Plantage Middellaan is daarvan een voorbeeld.  afb. 63X Willem  Hekking (II), De FazanterieImage fullsize Toon in RKD database afb. 64XAnoniem, Tuinvaas met bacchantenscène, laat 17de eeuw, vroeg 18de eeuwImage fullsize Toon in RKD database

 


afb. 65

afb. 66

 

 


 

 

 

 

Giraffenstal (1863)

Artis kreeg haar eerste giraffes in 1856. In 1863 kregen ze  een verblijf in chaletstijl, op de plaats van de huidige Giraffenstal, mogelijk naar een ontwerp van Artis-architect G.B. Salm. Sindsdien zijn deze stallen geregeld verbouwd en ook uitgebreid maar het uiterlijk van de vroegste stallen werd zoveel mogelijk in ere gehouden. afb. 67XAnoniem Willem  Hekking (II), Giraffen-stal en perk, voor of in 1872Image fullsize Toon in RKD database afb. 68X Sjoerd Kuperus, Giraffenverblijf in ArtisImage fullsize Toon in RKD database afb. 69X Marinus Adrianus  Koekkoek (II), Giraffen in Artis, 1909Image fullsize Toon in RKD database afb. 70XEmrik & Binger Willem  Hekking (II), Stalling voor Giraffen en Antilopen, 1865Image fullsize Toon in RKD database afb. 71XAnoniem, Medaille waaier: Giraffen stal en Giraffe, 1863Image fullsize Toon in RKD database

 


afb. 72

afb. 73


 



 

 

 

Groote Volière (voor 1838)

De Groote Volière is een van de vijf Artis-gebouwen die dateren van voor de oprichting van Natura Artis Magistra in 1838. Het buitenhuisje, ook wel het Masmanhuisje genoemd, naar de oorspronkelijke bewoner, stond op grond dat het genootschap in 1863 aankocht aan de Plantage Franschelaan. Het werd de kern van de volière waaraan kooien werden vast gebouwd. Sindsdien deed het dienst als volière voor ibissen, reigers, pauwen en hoenderachtige vogels.  afb. 74XEmrik & Binger Willem  Hekking (II), De Groote Volière, 1869Image fullsize Toon in RKD database afb. 75XAnoniem, Medaille waaier: Groote Volière en Muziek kiosk, 1863Image fullsize Toon in RKD database afb. 76X Gerard Muller, Doorkijk met Ibisvolière, ca. 1915Image fullsize Toon in RKD database
 


afb. 77

afb. 78










Hoofdgebouw (1850-1855)

Groote Museum, Nieuwe Ledenlokaal

Het Hoofdgebouw is het vroegste Artis-gebouw. Het werd gebouwd, naar ontwerp van J. van Maurik tussen 1850 en 1855, op het oudste Artis terrein het buiten 'Middenhof' dat in 1838 door de oprichters Westerman, Werlemann en Wijsmuller werd aangekocht.

 


afb. 79

afb. 80

afb. 81
 

De vroege collectie van Artis bestond naast levende dieren, uit opgezette dieren en dieren op sterk water. Aanvankelijk werden deze ondergebracht in een houten barak. Dankzij schenkingen van de leden groeide de collectie in rap tempo en werd de bouw van een nieuw museum noodzakelijk. Dit Groote Museum werd boven het hoofdgebouw gebouwd en was in 1855 gereed. Naast opgezette zoogdieren en amfibieën en vissen op sterk water waren ook schelpen, koralen, fossielen, ertsen en ethnografica te zien. In de hoge middenhal stonden grote opgezette dieren als olifanten, giraffen en hoefdieren opgesteld en, aan het plafond hingen de skeletten van walvissen en dolfijnen. afb. 82X Elias Spanier Hendrik Wilhelmus Last, Portaal Hoofdgebouw, voor of in 1856Image fullsize Toon in RKD database

 


afb. 83

afb. 84

afb. 85


De benedenzalen dienden als sociëteit voor de leden. Maar al binnen 15 jaar bleken deze niet voldoende ruimte te bieden voor de vele vergaderingen, tentoonstellingen en feestelijkheden van het sterk groeiende ledenbestand, en ontwierp huisarchitect G.B. Salm de Nieuwe Ledenlokalen aan de Kerklaan.

 


afb. 86

 

 

 

 

 

 

 

 

De Museumzalen werden snel te krap en rond 1900 bezat Artis maar liefst 10 museumruimtes, verspreid over de hele tuin. De uiteenlopende verzamelingen kwamen gaandeweg in bezit van andere musea in de stad, terwijl de natuurhistorische collectie in 1939 eigendom werd van de Universiteit van Amsterdam. In 1947 moest tenslotte ook het Groote Museum sluiten voor het publiek, en werd de verzameling van tienduizenden dieren, dierenhuiden, balgen en botten in étappes overgebracht naar de universiteitsgebouwen aan de Mauritskade.
De ruimtes van het Groote Museum zullen in de nabije toekomst in ere worden hersteld als het Groote Artis-Museum van de Biodiversiteit.
Bij de ingang aan de straatzijde lagen oorspronkelijk twee stenen leeuwen gebeeldhouwd door JJF Verdonck, een schoonzoon van oprichter Westerman. Deze beelden aan de Middenlaan raakten echter in verval en zijn in 1938 vervangen door de Leeuw en de Tijger met Prooi van Jaap Kaas. Verdonck was tevens verantwoordelijk voor de vier in hout uitgevoerde Jaargetijden aan het monumentale trappenhuis.


Hoofdingang (1850-1851)

In 1850 kreeg Artis de nieuwe Hoofdingang aan de Plantage Kerklaan. Deze verving de oorspronkelijke toegangspoort van Artis aan de Plantage Middenlaan, die vanwege de bouw van het Groote Museum werd afgebroken.

 


afb. 87

 

 




 

Bij de nieuwe Hoofdingang aan de Plantage Kerklaan werden in 1851 de Portiersloges gebouwd en het hek, dat afkomstig was van de begraafplaats Zorgvlied, geplaatst. De Adelaars, naar een ontwerp van Christian Rauch werden in 1853 geschonken en in 1854 geplaatst bij de toegangspoort, zij vervingen 2 bloembakken, die de pilaren sierden. De herkomst en datering van de sierlijke dieren-medaillons op de pilaren aan beide zijden van het hek zijn onbekend.

 


afb. 88

afb. 89

afb. 90



 

Hollandse tuin (1863)

De Hollandse Tuin werd aangelegd in 1863 naar Frans voorbeeld en heette aanvankelijk de Fransche Tuin of Fransche Aanleg. In deze formele tuin stonden tussen de lage heggen siervazen met in het midden een rond perkje. Een van deze vazen, de Tuinvaas met zeetaferelen in Louis XIV-stijl, is bewaard gebleven en staat nog in de Hollanse Tuin.

 


afb. 91

afb. 92

 

 

 

 

 

 

 

In 1891 werd aan de kopse kant van de tuin het Westerman-monument onthuld ter nagedachtenis van de eerste directeur van Artis, dr. G.F. Westerman. De kunstenaar van het monument J.J.F. Verdonck was een Artis-kunstenaar bij uitstek, hij was de schoonzoon van Artis-oprichter Westerman.
 
De marmeren beelden met de personificatie van de vier jaargetijden werden waarschijnlijk in 1882 aangekocht samen met de sokkels waarop ze staan. De beelden kregen na enige omzwervingen door de tuin pas in de jaren '30 hun vaste plaats op de hoeken van de tuin. In 2007 is de Hollandse Tuin in oude luister hersteld en in 2009 werd het Westerman-monument gerestaureerd.

 


afb. 93

afb. 94

afb. 95

afb. 96

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kerbertterras (1927/28)

Het leeuwenverblijf, ontworpen door Architect B.J. Ouëndag, was geïnspireerd op de 'Frei-Anlagen' van Karl Hagenbeck, indertijd directeur van de dierentuin bij Hamburg. Deze dierverblijven beogen een zo natuurlijk mogelijke omgeving, met grachten of rotspartijen in plaats van tralies. Het terras werd vernoemd naar directeur C.Kerbert, die van 1890-1927 de dierentuin leidde. afb. 97XAnoniem, Vier leeuwen op het Kerbert-terras, na 1928Image fullsize Toon in RKD database

 


afb. 98



 

 

 

 

 

 

 

Minangkabause Huisje (1916)

In de 19de eeuw werden dierentuindieren vaak gehuisvest in exotische bouwwerken uit hun land van herkomst. In het Minangkabause huisje, een model van de toenmalige woningbouw op Sumatra, waren Aziatische hoefdieren gehuisvest.

 
afb. 98a
 
 
 
 
 
 
 

 

Moeflon perk (1860)

Vanaf ca. 1845 werden in het Moeflon perk bergdieren als moeflons, steenbokken, gemzen en geiten gehouden. In 1860 werd op deze plek de Moeflonstal gebouwd.
  


afb. 99

afb. 100

 

 

 

 

 

 

 

Nieuwe Ledenlokalen (1870-1875)

G.B. Salm ontwierp in 1870 de Nieuwe Ledenlokalen aan de Plantage Kerklaan, nadat de ledenlokalen in het Hoofdgebouw, door een sterk groeiend ledenbestand, niet meer voldoende ruimte boden voor vergaderingen, tentoonstellingen en feestelijkheden. Het lange, driedelige gebouw loopt door tot aan de Plantage Middenlaan, waar zich in het hoekgebouw de restauratie zalen bevonden. In het lage middengedeelte vonden geregeld tentoonstellingen en concerten plaats en werd er vergaderd, gefeest en gegeten. Het hoge zijgebouw dat aansloot op de toegangshekken van de Hoofdingang bood ruimte aan de directie, bestuurlokalen en de administratie. Deze verhuisden in 2008 naar de Volharding.
Het gebouw heeft in de loop der jaren verschillende functies gehad, zo werd een gedeelte van het gebouw in 1939 het Bevolkingsregister van de stad Amsterdam en stonden na 1968 de skeletten en preparaten van het Groote Museum daar tijdelijk opgesteld voordat ze naar de Mauritskade verhuisden.
Vanaf 1990 word het gebouw verhuurd aan de Nederlandse Omroep en wordt het gebruikt als televisiestudio.
 


afb. 101

 

 

 

 

 

 

 

 

Papegaaienlaan (1850)

Bij binnenkomst door de Hoofdingang liep men over de De Franschelaan (verlengstuk van de huidige Henri Polaklaan). Op deze door hoge linden bomen geflankeerde laan stonden kleurige ara’s, roodstaartpapegaaien en kaketoes opgesteld, waardoor het al snel  “het Papegaaienlaantje” werd genoemd. Aanvankelijk stonden de vogels op standaards opgesteld, waar ze elke morgen op lange stokken naar toe werden gebracht door de verzorgers. Rond 1990 werden de papegaaienhangers vanwege de ketting waarmee de papegaaien eraan vast zaten bezwaarlijk gevonden en  kwamen er papegaaien-eilandjes omringd door water voor in de plaats. Ook deze eilandjes verdwenen en de vogels zijn tegenwoordig te vinden in de kooien van de Fazanterie.
Op de oorspronkelijk Papegaaienlaan stonden marmeren beelden van de 4 seizoenen, tuinvazen, hoge lantarens en van gietijzeren takken opgebouwd banken opgesteld. Aan het eind van de laan was een plein met een hoge vijf-armige lantaren. Naast de, vanaf ongeveer 1850 aanwezige, Stroomgoden Maas en Waal stak het pontje over de Prinsengracht, bij de aanlegplaats van het pontje stonden twee zware stenen sfinxen. De twee enorme bronzen jachthonden van A.N. Caïn hebben vanaf 1907  de plaats van twee vermoedelijk al eerder verdwenen  sfinxen ingenomen.afb. 102X Max Liebermann, De papegaaienman, 1902Image fullsize Toon in RKD database afb. 103X Sjoerd Kuperus, Het Papegaaienlaantje in Artis, in of voor 1926Image fullsize Toon in RKD database
 


afb. 104

afb. 105

 

 

 

 

 

 

 

Pachydermen- of Dikhuidenverblijf

Het Pachydermen- of Dikhuidenverblijf, ontstond door het ombouwen van het oude Voedselmagazijn door architect J.F. Klinkhamer. Het nieuwe Pachydermenhuis bood uitkomst, samen met het zijgebouwtje aan de Roofdierengalerij waar de Neushoorns al sinds jaren vertoefden; pas in 1974 werden deze stallen – tegelijk met Klinkhamers Berenpaleis – ten slotte gesloopt.
 

afb. 106

afb. 107

afb. 108

afb. 109

afb. 110
 

 

 

 

 

 

 

Roofdierengalerij (1859)

De Roofdierengalerij is het eerste Artis-bouwwerk van architect G.B. Salm. Aanvankelijk was de Roofdierengalerij een monumentaal gebouw gelegen de formele tuin de Fransche Aanleg, nu beter bekend als de Hollandse tuin. Veel fraaie ornamenten en gietijzeren constructies plus een ruime overkapping voor de bezoekers werden bij de eerste grote verbouwing in 1930 verwijderd om de dieren meer ruimte te geven. In 1975 verving men de tralies door stevig gaas. In de hoekpaviljoens, ter weerszijden van de leeuwen en de  tijgers, woonden lange tijd olifanten (oost) en een neushoorn (west). Waar vroeger de olifant woonde is nu de operatiekamer van de dierenartsen; het neushoornverblijf werd in de 20ste eeuw welpenkamer met jonge dieren, en is nu voor kleine uitstallingen bestemd. De eerste verdieping dient als quarantaineruimte; daarboven zijn indrukwekkende oude hooizolders te vinden, waar in de tweede Wereldoorlog vele onderduikers veiligheid zochten.
 


afb. 111

afb. 112

afb. 113

 

 

Uilenruïne (1921-1922)

De Uilenruïne was een ontwerp van Dr. A.F.J. Portielje, Inspecteur Levende Have van Artis. 
De ruïne, naar voorbeeld van het voormalige kasteel Brederode te Santpoort, compleet met slotgracht en torenvenster was een enorme verbetering van de leefruimte van de uilen, die eerst in kooien verbleven. De bouw werd in 1921-22 onder Baas Stijvers door Artis zelf uitgevoerd.

 


afb. 114

afb. 115

 

 

 

 

 

  

 

Vogelhuis (1852, 1908-1909); reptielenhuis; plantenhuis

 Het eerste Vogelhuis (1852) van S.A. van Lunteren bevatte naast vogels ook een planten- en reptielenserre, en een winterstalling voor antilopen.
 


afb. 116

afb. 117

afb. 118
 

Van Lunteren was vooral bekend om zijn tuinaanleg. In de voortuin van Artis ontwierp hij een tuin in Engelse Landschapstijl met kronkelende paadjes, kleine vijvers, watertjes en her en der wat ophoging van de grond, die het terrein een ruimtelijke aanblik gaven.
Het huidige Vogelhuis gebouwd door B.J. Ouëndag in 1910 werd gebouwd op de fundamenten van het eerste Vogelhuis en behield grotendeels dezelfde opzet.

 


afb. 119

 

 

 

 

 

 

Het nieuwe Vogelhuis verving de elegante, gotische lijnen van het eerste ontwerp door een complex van robuuste ronde buitenvolières van verschillend formaat, waarin de vogels aanzienlijk meer vrijheid genoten.  Bij latere verbouwingen verdwenen die rondingen, maar bij de huidige restauratie zal die oude volièresfeer terugkeren.
 

Voedselmagazijn (1897)

Het Voedselmagazijn dat Architect J.F. Klinkhamer in 1897 aan de Plantage Doklaan neerzette deed meer dan 100 jaar dienst. In 2000 werden zeer moderne en veel ruimere magazijnen op het rangeerterrein gebouwd. De oude Magazijnen werden in 2005 ingerichte als Insectarium. afb. 119aX Jacob Frederik Klinkhamer, Het Voedselmagazijn van Artis, 1897Image fullsize Toon in RKD database
 

De Volharding (1888, 1922)

Rijstpelmolen Java & Carolina werd aangekocht in 1863 en aanvankelijk ingericht als Nijlpaardenhuis. Na aankoop gebruikte Artis het voormalige rijstpakhuis De Volharding als stallen voor runderen en roofvogels.

 


afb. 120

afb. 121

 

 

 

 

 
 

 

Die functie heeft het gebouw altijd behouden, ook toen het in 1888 door architect A.L. van Gendt tot nieuwe Etnografisch Museum werd omgebouwd. Aan de Westzijde waren kooien voor gieren en grote roofvogels. In 1921 verhuisde de etnografische collectie (ruim 10 000 voorwerpen) van Artis naar het toenmalig Koloniaal Instituut, nu het Tropenmuseum. Daarna vestigde het Zoölogisch Laboratorium van de Universiteit van Amsterdam zich op de bovenverdieping (verbouwing, inclusief extra verdieping onder de kap, door B.J. Ouëndag), en sedert 1986 zijn hier Artis-kantoren gehuisvest.
In 1995 werd op de begane grond het Nachtdierenhuis (ontwerp C.P. van Dashorst) geopend en kwam via de herstelde middendoorgang de Collegezaal uit 1921 opnieuw in gebruik. Tot slot opende in 2005 de fraaie, hoge Gierenvolière aan de Westzijde, een ontwerp van architectenbureau Vroegindewey.

 


afb. 122

afb. 123



 

 

 

 

 

 

Weltevreden / Welgelegen (18de eeuw)

De buitenplaatsen Weltevreden en Welgelegen werden met uitbreiding van Artis in 1863 aangekocht samen met het Duivenhuis, het Masmanhuis en Herberg Eik en Linden. Weltevreden dateert uit het eerste kwart van de 18de eeuw  en Welgelegen moet rond 1750 zijn gebouwd. Beide huizen werden bewoond door Artispersoneel. A,F.J. Portielje, Inspecteur van de Levende Have van de dierentuin woonde bijna 50 jaar in Welgelegen.

 


afb. 124

afb. 125


 

 

 

 

 

Wolvenhuis (Herberg Eik en Linden) (voor 1838)

Met de uitbreiding van Natura Artis Magistra in 1863 kwam ook herberg Eik en Linden, destijds naar verluid een oord van lichte zeden, in bezit van de dierentuin. Het verblijf heeft in de loop der jaren veel verschillende dieren gehuisvest. Naast slangen, roofvogels, insecten, chimpansees, beren en luiaards, stond er een broedmachine en er was een ‘zalmkweek’ gevestigd, een heel nieuwe uitvinding in die dagen. Lange tijd werden er wolven, hyena’s en beren gehuisvest, maar sinds 1999 is het het verblijf van de Afrikaanse Wilde Honden geworden. afb. 125aXAnoniem, Het Wolvenhuis, Artis, voor 1838Image fullsize Toon in RKD database
 

 



afb. 43 Johan Conrad Greive, Interieur aquarium, 6 december 1882 gedateerd
afb. 44Roeloffzen & Hübner Willem  Steelink (sr.), Achterzaal van het aquarium, ongedateerd
afb. 47Emrik & Binger Willem  Hekking (II), De bibliotheek, 1860
afb. 48Emrik & Binger Willem  Hekking (II), De bibliotheek, 1868
afb. 51 Frits  Müller (1932-2006), Natura Artis Magistra: Berenkooi, 1969
afb. 52 Adolphe A.E. Schlüter, Natura Artis Magistra: Berenhuis, noordkant, mei 1962 gedateerd
afb. 55 Nellie Honig, Doorkijk met Duivenhuis, ca. 1900-1915
afb. 56 Johann Georg Hechler Willem  Hekking (II), Het Duivenhuis, voor of in 1872
afb. 59Anoniem, Medaille waaier: Ethnografisch Museum en Afgodsbeeld, 1863
afb. 60 Johann Georg Hechler Willem  Hekking (II), Groote zaal van het ethnographisch museum, voor of in 1872
afb. 63 Willem  Hekking (II), De Fazanterie
afb. 64Anoniem, Tuinvaas met bacchantenscène, laat 17de eeuw, vroeg 18de eeuw
afb. 67Anoniem Willem  Hekking (II), Giraffen-stal en perk, voor of in 1872
afb. 68 Sjoerd Kuperus, Giraffenverblijf in Artis
afb. 69 Marinus Adrianus  Koekkoek (II), Giraffen in Artis, 1909
afb. 70Emrik & Binger Willem  Hekking (II), Stalling voor Giraffen en Antilopen, 1865
afb. 71Anoniem, Medaille waaier: Giraffen stal en Giraffe, 1863
afb. 74Emrik & Binger Willem  Hekking (II), De Groote Volière, 1869
afb. 75Anoniem, Medaille waaier: Groote Volière en Muziek kiosk, 1863
afb. 76 Gerard Muller, Doorkijk met Ibisvolière, ca. 1915
afb. 82 Elias Spanier Hendrik Wilhelmus Last, Portaal Hoofdgebouw, voor of in 1856
afb. 97Anoniem, Vier leeuwen op het Kerbert-terras, na 1928
afb. 102 Max Liebermann, De papegaaienman, 1902
afb. 103 Sjoerd Kuperus, Het Papegaaienlaantje in Artis, in of voor 1926
afb. 119a Jacob Frederik Klinkhamer, Het Voedselmagazijn van Artis, 1897
afb. 125aAnoniem, Het Wolvenhuis, Artis, voor 1838

[1]


 M. Hell, 'Hollandse vis', Holland, Historisch Tijdschrift, nr. 3 jaargang 38, 2006, pp. 253-259

Datum laatste wijziging: May 16, 2013 12:43 PM